Noordelijk
Bach
Consort

Programmatoelichting

De Reizende Bach

 

In dit programma van het Noordelijk Bach Consort volgen we de verschillende muzikale reizen die Bach in de loop van zijn leven ondernam. Dat waren er niet veel, want het grootste deel van zijn werkzame leven bleef hij in Leipzig. Misschien wel het opmerkelijkste aan ons concert is dat er geen muziek uit Leipzig klinkt.

 

We beginnen onze reis in Noord-Duitsland. In het prachtige havenstadje Husum, aan de Oostzee, werkte Nicolaus Bruhns (1665 – 1697) als organist in de Stadtkirche. Bruhns was een begenadigd leerling van Dietrich Buxtehude, de meester van de vroege barok in deze streek. Van Nicolaus Bruhns voeren we De profundis clamavi uit, een ‘Geistliches Konzert’ voor bassolo, violen en basso-continuo. De invloed van Buxtehude is goed te horen.

Ook Bach ging (te voet) naar Hamburg en Lübeck om van de toen al oude meester les te krijgen en inspiratie op te doen. Bach heeft zeker kennisgemaakt met de muziek van Bruhns, die al op 32-jarige leeftijd overleden was.

 

Terug in Arnstadt kreeg Bach een forse reprimande omdat hij veel te lang was weggebleven: vier maanden in plaats van vier weken. In Arnstadt kwam het niet meer goed met de kerkenraad en na een kort verblijf in Mühlhausen kwam Bach aan het hof van Weimar terecht. Tijdens het keuren van het orgel van de hofkapel beviel het orgelspel van Bach de hertog zo goed dat hij hem het dubbele salaris bood en vroeg te blijven. Na zes jaar kwam daar de opdracht bij om iedere maand een cantate te componeren. De tweede die hij schreef, BWV 12 Weinen, Klagen, Sorgen, Zagen, voeren we tijdens dit concert uit. Het is een vroege cantate, wat onder meer blijkt uit het bijna ontbreken van recitatieven en het gebruik van twee onafhankelijke altvioolpartijen. Hoewel de cantate is geschreven voor de zondagse Jubilate, doet de titel van de cantate minder vrolijks vermoeden. Maar zoals in Bachs theologie wel vaker het thema was: de gelovigen moeten eerst door veel ellende om uiteindelijk de vreugde van het Rijk Gods te mogen ervaren. In de muziek van deze cantate is deze ontwikkeling goed te volgen.

 

In 1722 overleed de cantor/organist van de Thomaskirche in Leipzig. Bach solliciteerde op deze aanstelling, maar was niet de enige. Ook Christoph Graupner solliciteerde, de beroemde ‘Hofkapellmeister’ uit Darmstadt. Van Graupner voeren we de cantate Aus der Tiefen rufen wir uit, die hij schreef als sollicitatie voor de aanstelling in Leipzig. Graupner paste zijn compositie aan de mogelijkheden in Leipzig aan. De hoge stemmen werden gezongen door jongenssopranen. Later voegde Graupner koperblazers toe aan zijn compositie om de jongens te ondersteunen. In de cantate wisselen koor en solistenkwartet elkaar voortdurend af, een vorm die we bij Bach weinig tegenkomen. Graupners baas, Graf Ernst Ludwig van Hessen-Darmstadt, stak echter een stokje voor zijn vertrek naar Leipzig, zodat Bach de baan kreeg.

 

En tot slot Dresden. In Dresden waren veel Italiaanse invloeden aanwezig. Vivaldi schreef zelfs een ‘concerto’ speciaal voor de Dresdener hofkapel. Dit Concerto per l’Orchestra di Dresda in G-mol RV 577 staat ook op ons programma. Het ademt een sfeer waarnaar Bach heeft verlangd, maar waarvan hij in zijn werkzame leven nooit heeft mogen proeven.

 

Voor zover we weten heeft Bach in zijn leven vijf keer Dresden bezocht. Dresden was veel wereldlijker dan Leipzig. Dat was te danken aan de heimelijke bekering van keurvorst Friedrich August I tot het katholicisme om de troon van het katholieke Warschau te kunnen bestijgen. Dresden moest katholiek worden en dat betekende ook dat katholieke (kerk)musici, zoals Johann Adolf Hasse, Johann David Heinichen en Jan Dimas Zelenka, naar Dresden werden gehaald om de eredienst muzikaal te omlijsten. Bach probeerde verschillende malen bij het hof van Dresden in de smaak te vallen.

In 1732 reisde hij met de postkoets van Leipzig naar Dresden met zijn oudste zoon Wilhelm Friedemann. Hij wilde zijn zoon aanbevelen als organist van de Lutherse Sophienkirche en nam een muzikaal cadeau mee: een korte mis die later de basis vormde voor de Hohe Messe. Hobbelend in de koets componeerde Bach zijn fantastische Kyrie en Gloria. Het cadeau werd goed ontvangen en zijn zoon werd benoemd. Bach zelf ontving pas op 1 december 1736, na een recital op het gloednieuwe Silbermann-orgel in de Frauenkirche in Dresden, de felbegeerde eretitel Compositeur van de koninklijke Hofkapelle Dresden.

Het Kyrie uit de Hohe Mess’, dat uit drie delen bestaat, staat op ons programma. Met het vijfstemmige eerste ‘Heer ontferm U’ voegt Bach zich in de gewoonten van het toenmalige Dresden. Bij het tweede ‘Heer ontferm U’ zijn we weer helemaal thuis bij Bach: een majestueuze koorfuga in de eigenlijk al wat ouderwetsere ‘Stilo Antico’.

 

 

Rigobert van Zijl.

 

Bronnen: Wikipedia

Eduard van Hengel, Geert van de Dungen